De oprichting van een ondernemersfonds verloopt op hoofdlijnen altijd langs dezelfde procedure. Of je een ondernemersfonds nodig hebt, is afhankelijk van de manier waarop de financiering van collectieve activiteiten wordt georganiseerd.
Ambitie
Alles begint met de ambitie van ondernemers die gezamenlijk willen investeren in een aantrekkelijke en veilige bedrijfsomgeving. Ondernemers (of hun vereniging) maken een plan waarin wordt aangegeven wat men wil bereiken, welke activiteiten daarvoor nodig zijn en welk budget daarvoor nodig is. Financiering van het plan kan op twee manieren plaats vinden:
- Private financiële solidariteit
Ondernemers in het betreffende gebied verbinden zich aan het plan door een bindende overeenkomst waarin de verplichting tot een financiële bijdrage is vastgelegd. In dit geval is een ondernemersfonds niet aan de orde. - Publieke(lijke) financële solidariteit
Ondernemers worden verbonden aan het plan door afgedwongen financiële solidariteit via een heffing onder alle ondernemers in het betreffende gebied. Dit afdwingen is voorbehouden aan publieke organisaties, reden waarom het ondernemersfonds als instrument is ontstaan.
Plan en draagvlak
Om tot de oprichting van een ondernemersfonds te komen is het noodzakelijk aan te tonen dat er onder de ondernemers in een gebied breed draagvlak voor het plan en de beoogde collectieve activiteiten is. In sommige gevallen (BIZ) wordt de harde eis van meer dan 50% gesteld, in de overige gevallen is breed een rekbaar begrip. Uiteraard is de kans van slagen voor het vervolg van het proces groter naarmate het draagvlak groter is.
Als er aantoonbaar voldoende draagvlak is, moet de gemeente, vanwege de in te stellen verplichte heffing, akkoord geven op het plan. Als dat er is, wordt het ondernemersfonds al wat meer concreet.
Oprichting stichting of vereniging
Ondernemers (of hun vereniging) nemen een besluit of het ondernemersfonds in de vorm van een stichting of een vereniging zal opereren. Voor beide varianten geldt dat het bestuur namens de ondernemers zal optreden. Het verschil zit in de wijze waarop de zeggenschap van de betrokken individuele ondernemers wordt geregeld.
Uitvoeringsovereenkomst
De stichting of vereniging (verder 'het ondernemersfonds' genoemd), sluit een uitvoeringsovereenkomst (convenant) met de gemeente waarin over en weer de afspraken zijn vastgelegd ten aanzien van:
- de voorwaarden waaronder de samenwerking tussen het ondernemersfonds en de gemeente plaats zal vinden
- de keuze in de vorm van verplichte heffing ter financiering van het ondernemersfonds
- de wijze waarop deze heffing door de gemeente wordt uitgevoerd
- de kosten die de gemeente in rekening brengt voor de heffing en inning van de gelden ten behoeve van het ondernemersfonds
- de wijze waarop de door de gemeente geïnde gelden ter beschikking komen van het ondernemersfonds (de gemeente keert uit in de vorm van een subsidie)
Verordening
Om de gekozen vorm van heffing daadwerkelijk uit te kunnen voeren is een (belasting-)verordening nodig. De verordening wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het College van B&W en de gemeenteraad.
Als het ondernemersfonds een BIZ variant is, dient na de goedkeuring van de verordening een formele draagvlakmeting onder de betrokken ondernemers te worden gehouden. Pas als meer dan 50% van de betrokkenen positief tegenover de verordening staat kan deze daadwerkelijk worden ingevoerd.
Ondernemersfonds in werking
De gemeente gaat aan de slag om de gelden van de heffing te innen. Het ondernemersfonds gaat aan de slag met de uitvoering van de activiteiten uit het plan. Afhankelijk van de gemaakte afspraken in de uitvoeringsovereenkomst zorgt het ondernemersfonds voor een plan en begroting voor de volgende periode, waarbij de betrokken ondernemers uit het werkgebied input leveren voor activiteiten en prioritering van projecten en budget.